Calabrië

Calabria

icon_27_one_finger_click-128

Calabrië is een van de meest onderontwikkelde regio’s van Italië. Met zijn 15.000 vierkante kilometer en een kustlijn van 800 km, vormt het de punt van de Italiaanse laars. Het gebied bestaat voornamelijk uit bergen en heuvels; slechts 9% is vlak land. In het verleden is Calabrië onderworpen geweest aan vele heersers, o.a. Griekse, Romeinse, Byzantijnse, Spaanse en Franse. Dit is terug te vinden in de vele culturele bezienswaardigheden..

De regio is 240 km lang en op één punt slechts 32 km breed, Italië op zijn smalst. Calabrië wordt van Sicilië gescheiden door de Straat van Messina en ligt tussen de Tyrreense en de Ionische Zee in.

De centosei (106), de tot voor kort enige kustweg, loopt vanaf Lamezia Terme via Reggio Calabrië (de teen van de Italiaanse laars) omhoog Crotone. Deze weg ligt ingeklemd tussen zee en bergen en is een tamelijk onontdekt gebied. Zeker de Ionische Zee is nog niet zo toeristisch.

De vakantieganger is doorgaans de naar het noorden of het buitenland geëmigreerde Calabrees. U komt ze voornamelijk tegen in de maand augustus, dan staat heel Italië op een laag pitje. Iedereen gaat op vakantie of familiebezoek; meestal in eigen land. In het droge Middellandsezee-klimaat kan de temperatuur in zomer oplopen tot 42° C.

 


Calabrië Uit Bloedsinaasappels (zie ‘Boeken’):

Calabrië is een streek waar je gewoonlijk niet de zon, maar de schaduw opzoekt, waar je het strand tussen elf en half vier mijdt, waar je je op zwoele avonden tot diep in de nacht door de zeewind laat strelen, tot je indut en wordt gewekt door krekels onder een sterrenhemel. Calabrië is een droge streek, waar je zeker tweehonderdvijftig dagen per jaar wandelend door de natuur letterlijk stof doet opwaaien. Een streek waar je zelfs in januari je was aan de waslijn hangt. En daarom is Calabrië ook een streek waar ze nog nooit van dubbelglas hebben gehoord. Waar de kieren in oude kastanjehouten ramen en deuren niemand storen. Calabrië is een streek van stenen vloeren.

En het ergste is misschien, wat kou betreft, dat de winter hier in het geheim opereert, net zoals de ‘Ndrangheta. Overdag merk je weinig van de kou, want de temperatuur varieert in de wintermaanden van tien tot vierentwintig graden. De zon schijnt gewoonlijk of kan ieder moment weer gaan schijnen. Ook de altijd groen olijfbomen doen je vergeten dat het winter is. En de citroenen en de sinaasappels die rijp in de boomgaarden hangen, maken al helemaal een zomerse indruk. Je hebt een zomers gevoel bij een temperatuur die maar een paar uur per dag klopt.

Want de zon blijft niet lang. Nog voor de middag om is, verdwijnt hij achter de bergen. En samen met de duisternis sluipt de kou de stenen huizen binnen. Op kousenvoeten, langs de kieren van de ramen, tussen de dakpannen van de vliering tussen de drempels en de deuren, kruipt de kou. Om zich uiteindelijk definitief te nestelen in de stenen vloeren en muren. Natuurlijk, de waterleidingen springen niet, want het vriest nooit in de teen van de laars.

Italianen Uit Bloedsinaasappels (zie ‘Boeken’):

Bij mijn eerste ontmoetingen met Italianen voelde ik me een uitverkorene. Het hield niet op; ik ontmoette de ene wereldkampioen na de andere, hoe klein het dorpscafeetje waar de ontmoeting plaatsvond ook was. In feite zijn het geen wereldkampioenen, ontdekte ik al snel, maar zichzelf verheerlijkende opscheppers, die mij, de buitenlander, niet het zonnige vakantiehumeur willen verpesten door over hun sores te beginnen. Nee, Italianen zijn niet zo zeer ‘oppervlakkig’, zoals je tobberige noordelijke navelstaarders weleens hoort beweren. Ze willen alleen vreemden niet op hoofdpijnverwekkend zelfbeklag trakteren. Pas als je de Italianen heel lang kent, doen ze een boekje over zichzelf open en dan nog alleen in jouw belang.

Toen Iris twee jaar geleden ons eerste kindje verloor, kwamen wel tien dorpsvrouwen bij haar op bezoek. De ene met eieren, de tweede met zelfgemaakte sopressata, de derde met wijn, olie en alweer eieren, ieder van hen bracht iets. Of ze de drie koningen waren en bij ons thuis het kindeke was geboren. En waarom deden ze dat? Om Iris gerust te stellen, om haar te vertellen dat zij, stuk voor stuk moeders van vele kinderen, ook weleens een miskraam hadden gehad. Dat hoort erbij, cosi è la vita, zo is het leven.

Andermans ellende lucht op als je zelf zorgen hebt, weten de Italianen. Ze vertellen het niet om er zelf van af te zijn, maar om jou ermee te helpen. Zo dient hun verdriet nog ergens voor. Het helpt te relativeren, om te weten dat zorgen – en veel grotere dan de jouwe – al bestonden nog voor jij ze had. Ja, Italianen tonen zich al naar gelang de omstandigheden oppervlakkig of kwetsbaar en daartussen bevindt zich de vrijheid hoe dicht je elkaar op de huid wilt komen. Heel prettig vind ik.

Loading